bootstrap table

Historisch materialisme

Door Fredo 8 juni 2016


Onder historisch materialisme wordt verstaan zowel de methode van het wetenschappelijk socialisme (of marxisme) als de resultaten van deze methode toegepast op de geschiedenis.

Hier volgt het vaak aangehaalde fragment uit Marx' Voorwoord tot de Bijdrage tot de kritiek op de politieke economie, (1859) waarin hij beknopt de drijvende krachten in de geschiedis weergeeft:

Het algemene resultaat waartoe ik kwam en dat mij, nadat het eenmaal was verkregen, tot leidraad diende bij mijn studies, kan kort worden geformuleerd als volgt: In de maatschappelijke productie van hun leven treden de mensen in bepaalde, noodzakelijke van hun wil onafhankelijke verhoudingen, productieverhoudingen; deze productieverhoudingen beantwoorden aan een bepaald ontwikkelingsniveau van hun materiële productiekrachten. Het geheel van deze productieverhoudingen vormt de economische structuur van de maatschappij, de materiële basis waarop zich een juridische en politieke bovenbouw verheft en waaraan specifieke maatschappelijke vormen van bewustzijn beantwoorden. De wijze waarop het materiële leven wordt geproduceerd, is voorwaarde voor het sociale, politieke en geestelijke levensproces in het algemeen. Het is niet het bewustzijn van de mensen dat hun zijn, maar omgekeerd hun maatschappelijk zijn dat hun bewustzijn bepaalt. Op een bepaalde trap van hun ontwikkeling raken de materiële productiekrachten van de maatschappij in tegenspraak met de bestaande productieverhoudingen, of, wat slechts een juridische uitdrukking voor hetzelfde is, met de eigendomsverhoudingen, waarin zij zich tot dusver hadden bewogen. Van vormen waarin de productiekrachten tot ontwikkeling kwamen, slaan deze verhoudingen om in ketenen daarvan. Dan breekt een tijdperk van sociale revolutie aan. Met de verandering van de economische grondslag wentelt zich — langzaam of snel — de gehele reusachtige bovenbouw om. Wanneer men dergelijke omwentelingen onderzoekt, moet men altijd onderscheid maken tussen de materiële omwenteling in de economische voorwaarden van de productie, die natuurwetenschappelijk exact kan worden vastgesteld, en de juridische, politieke, godsdienstige, artistieke of filosofische, kortom ideologische vormen, waarin de mensen zich van dit conflict bewust worden en het uitvechten. Zomin als men een individu beoordeelt naar wat het van zichzelf vindt, zomin kan men een dergelijk tijdperk van omwenteling beoordelen vanuit zijn eigen bewustzijn; men moet veeleer dit bewustzijn verklaren uit de tegenspraken van het materiële leven, uit het bestaande conflict tussen maatschappelijke productiekrachten en productieverhoudingen. Een maatschappijformatie gaat nooit onder, voordat alle productiekrachten tot ontwikkeling gebracht zijn die zij kan omvatten, en nieuwe, hogere productieverhoudingen treden nooit in de plaats, voordat de materiële bestaansvoorwaarden ervoor in de schoot van de oude maatschappij zelf zijn uitgebroed. Daarom stelt de mensheid zich altijd slechts taken, die zij kan volbrengen. Want bij nader toezien zal steeds blijken, dat de taak zelf eerst opkomt, waar de materiële voorwaarden voor haar volbrenging reeds aanwezig zijn of althans in staat van wording verkeren. In grote trekken kunnen Aziatische, antieke, feodale en modern burgerlijke productiewijzen aangeduid worden als voortschrijdende tijdperken van de economische maatschappijformatie. De burgerlijke productieverhoudingen zijn de laatste antagonistische vorm van het maatschappelijke productieproces; antagonistisch niet in de zin van individueel antagonisme, maar van een antagonisme dat voortkomt uit de maatschappelijke levensvoorwaarden van de individuen. Maar de productiekrachten die in de schoot van de burgerlijke maatschappij tot ontwikkeling komen, scheppen tegelijk de materiële voorwaarden om dit antagonisme op te lossen. Met deze maatschappijformatie eindigt daarom de voorgeschiedenis van de menselijke maatschappij.

Bron: marxists.org.

De jonge Marx en Engels formuleren het historisch materialisme voor het eerst in De Duitse ideologie, het deel over Feuerbach (1845/6). Daarin schetsen ze op een uiterst frisse wijze hoe het revolutionaire bewustzijn van de arbeidersklasse ontstaat uit de ontwikkeling van het kapitalisme,  en in grote lijnen - op bijna programmatische wijze - welke de inhoud is van de proletarische revolutie. Engels merkt op in zijn woord vooraf van 1886 bij Ludwig Feuerbach en het einde van de klassieke Duitse filosofie dat het deel over Feuerbach onvolledig is gebleven. Daarbij verwijst hij naar Marx' aantekening met stellingen over Feuerbach, die blijkbaar niet volledig uitgewerkt zijn in de Duitse Ideologie. Deze stellingen behandelen gedeeltelijk de ontwikkeling van het communistisch bewustzijn. Van meerdere auteurs wordt gezegd dat zij een aanvullende theorie van de ontwikkeling van het revolutionaire bewustzijn in de arbeidersklasse hebben ontwikkeld, zoals Gramsci, Korsch en Lukács. De laatste publiceert in 1923 zijn aanvullingen als Geschichte und Klassenbewusstsein. De daarop verschenen eerste uitgave in druk van de Duitse Ideologie en andere vroege geschiften van Marx en Engels, veroorzaakt een ware sensatie. Lukács' theorie van het bewustzijn blijkt op wezenlijke punten overeen te komen met de vroege geschriften van Marx en Engels, terwijl die voor hem destijds niet toegankelijk waren. Hiermee werd aangetoond dat het historisch materialisme niet uit de duim gezogen is door Marx en Engels, geen Marx-isme is, maar dat het een wetenschappelijke analyse is van de kapitalistische maatschappij vanuit het standpunt het proletariaat, gedeeltelijk onafhankelijk van de personen die deze analyse hebben verwoord.

Marx en Engels hebben er tijdens hun leven herhaaldelijk op gewezen dat het historisch materialisme tegelijkertijd en onafhankelijk van hen is ontwikkeld door Joseph Dietzgen - van beroep leerlooier. Anton Pannekoek zag in Dietzgens opvatting van de ontwikkeling van het denken  een noodzakelijke aanvulling op het historisch materialisme. In 1919 formuleerde Pannekoek deze noodzaak als volgt:

Passen wij het marxisme toe op de tegenwoordige tijd, op de geschiedenis die wij beleven en maken, dan staat men er geheel anders voor dan bij een onderzoek van het verleden. Wat in vroegere eeuwen gebeurde: maatschappelijke inwerking op de mensen en terugwerking van de mensen op de maatschappij, is af; de reeks inwerkingen, waarin de menselijke geest tussenschakel is, is telkens voltooid en eindresultaat en oorspronkelijke oorzaak zien we duidelijk naast elkaar staan.
Maar dezelfde keten van oorzaken en uitwerkingen in onze tijd is niet af; wij staan er midden in. Talloos zijn de wijzen, waarop de maatschappij bezig is de menselijke geest om te vormen, zonder dat dit nog in een volgende daad zijn beslag gekregen heeft, of de gevallen, dat een nieuwe werkelijkheid nog nauwelijks begonnen is, op de geesten in te werken. Hier kan men dus nog niet een maatschappelijke oorzaak met een praktisch maatschappelijk resultaat verbinden. Hier staan we nog midden in de groeiende processen van inwerking, van langzaam rijpen van nieuwe inzichten, van propaganda, van voorbereiding van komende revoluties.
Hier is het eenvoudige verband, dat in de vroegere geschiedenis de bewijskracht van het HM vormde, nog niet aanwezig. Hier schijnt dan in de ingewikkelde warreling van oude en nieuwe ideeën, van revolutionaire klassenstrijd, van reactie en apathie, de leer op allerlei wijzen in strijd met de werkelijkheid te zijn. En hier treedt dan ook de vraag naar het praktisch handelen op (die in het geschiedenisonderzoek niet bestaat): welke rol speelt ons eigen willen en werken in dit proces?
Het is bekend, dat deze zijde van het marxisme (door duidelijke maatschappelijke oorzaken) in de achter ons liggende halve eeuw te veel op de achtergrond gebleven is. De sociaaldemocratie moest in de parlementaire periode van het rijpende kapitalisme zich beperken tot voorbereiding en rustige propaganda; het proletariaat was nog niet rijp voor revolutionaire daden, dus moest de theorie vooral de noodzakelijkheid van de socialistische revolutie uit de kapitalistische ontwikkeling demonstreren. Daar de sociaaldemocratie niet tot daden opriep, maar omgekeerd tot afwachten aanspoorde, tot de materiële omstandigheden rijp zouden zijn, nam de theorie de vorm aan van een mechanisch verband tussen economische oorzaken en maatschappelijke omkeringen, waarbij de tussenschakel van de menselijke activiteit uit het gezicht verdween. Het is bekend en niet toevallig, dat juist diegenen onder de theoretici die tot de woordvoerders van een nieuwe actievere tactiek behoorden, ook in de theorie de nadruk legden op de tussenschakel van de menselijke geest en zijn samenhang, passief en actief, ontvangend en inwerkend, met de maatschappij. 

Bron: Anton Pannekoek Het historisch materialisme in Marxists.org.

Zie voor een beknopte weergave van Pannekoeks theorie van het bewustzijn deel III van het artikel in bovenstaande bron. Zie voor meer uitgebreid over het bewustzijn de hieronder genoemde bronnen.


MEER  LEZEN

REAGEER

Bedankt voor je reactie!

ARBEIDERSSTEMMEN

- Voor een menselijke wereld,
zonder oorlog, zonder terreur, zonder
kapitaal, zonder staat.
- De arbeiders hebben geen vaderland.
- Alle macht aan de arbeidersraden.

CONTACTS
Email: FredoCorvo@gmail.com

Bedankt voor je bericht! Raadpleeg je mail voor antwoord.